Ik heb al een paar keer eerder ervaren, bij voorbeeld tijdens militaire uitzendingen, dat ik op een nieuwe plek snel in een soort van vast dagritme kom. Laat ik eens beschrijven hoe een ‘normale werkdag’ er voor mij uitziet. Om 06.22 gaat mijn wekker. Vraag mij niet waarom precies op dat tijdstip: ik zou het niet weten! Ik sta direct op en neem een douche, warm als het kan, koud als het moet. Tegen 06.45 loop ik naar beneden (mijn kamer is op de eerste verdieping), haal de deuren die ik tegenkom van het slot en neem wat te eten. Soms yoghurt met muesli, soms geroosterd brood met kaas. Gelukkig hebben we dat hier. Altijd een kop koffie erbij! Ik neem mijn ontbijtje mee naar boven. Het is rond 06.55. Aan mijn kamer zit een mooi terras vastgeplakt met uitzicht over het Kivu-meer. Ik heb er een luie stoel staan.

Ook hier breng ik het versje in praktijk dat ik ooit op de kleuterschool al leerde: ‘read your bible, pray every day, if you want to grow..”. Ik geniet van een rustig begin van de dag, lees het nieuws en ook wat mail en haal voor de geest wat mij vandaag te doen staat. Het water kabbelt rustig en het zonnetje schijnt. Hoe vredig lijkt het hier te zijn! Het is 07.25 en ik poets mijn tandjes. Ik pak mijn rugzak met daarin een kopie van paspoort en visum, mijn laptop, mijn Medair badge en ben om 07.30 beneden. Ik houd er nu eenmaal van om op tijd te zijn. Tom, Pascal, Cedric of een andere bewaker brengt mij de autosleutels van een van de Landcruisers en ik vul de rijopdracht in. Collega’s druppelen naar buiten, stappen bij mij of bij een collega in en we rijden achter elkaar de compound af. Ik vergrendel de portieren. Een van ons appt wie in welke auto zit en dat we onderweg gaan: voor de veiligheid! Het hek wordt achter onze ruggen weer gesloten. Het is 07.40. We worden opgeslokt door het verkeer en een klein kwartier later pak ik de handmicrofoon van de radio en waarschuw de wacht van de werklocatie dat we eraan komen. We worden binnengelaten, parkeren en gaan naar onze bureau’ s. Het is 07.55. Onderweg groet ik de collega’s uitgebreid. Hoe gaat het met je? En met de familie? Goede nacht gehad? En forme? En de familie? Toujours la pêche? ‘Hejje d’r zin an vandaag?’ Dat wordt hier erg belangrijk gevonden, die persoonlijke belangstelling. En dat is het natuurlijk ook.
Nog maar even bij mama Esther in het keukentje een kop koffie gepakt die altijd aan de sterke kant is, dus ik vul aan met heet water en klim de trap met ongelijke treden op naar boven. Mijn kamergenoot en vriendelijke Congolees Eugène is er meestal al en ik zet mij achter mijn laptop. Ik sluit een groter scherm aan en ga aan het werk.

Inmiddels heb ik veel taken toebedeeld gekregen, ben ik officieel lid van het managementteam van Medair Congo en heb te maken met een groot project dat in de projectvoorstelfase zit en waar veel coördinatie nodig is. Ook ben ik lijnmanager van Hoofd Personeelszaken, Hoofd Communicatie en Hoofd Partnerships. Daarnaast ben ik gevraagd om de strategische tweedaagse sessie met vertegenwoordigers van het hoofdkantoor in Zwitserland en met de managers hier in Congo voor te bereiden. Bovendien ben ik betrokken bij beslissingen rond veiligheid van de mensen ‘in het veld’. Never a dull moment, zullen we maar zeggen. De ochtend vliegt voorbij. Om 12.30 ga ik naar beneden, vraag welke auto we mee kunnen nemen voor de lunch, wacht op collega’s die instappen, vul weer een rijopdracht in, check of het communicatiemiddel het doet en rijd rustig weg. Het verkeer grijpt ons weer een klein kwartier bij de kladden. De 3 mama’s in onze keuken hebben een warme lunch bereid, mijn kamer keurig schoongemaakt, mijn bedje opgemaakt en ook de badkamer netjes verzorgd. Het is 12.50 en ik neem een malaria-tablet. Het eten is doorgaans goed, maar als er hele gefrituurde vissen met een trieste blik in de fletse ogen worden geserveerd, sla ik liever over. Dat geklieder met je handen is aan mij niet besteed. Even 20 minuten rustig aan op mijn terras en het verplaatsingsritueel van de morgen herhaalt zich. Om 13.55 begint de werkzame middag. Veel Teams-vergaderingen, leeswerk, vragen beantwoorden, adviezen geven. Maar ik probeer ook op bezoek te gaan bij projecten. Soms zijn er besprekingen in de stad, bij andere hulporganisaties. Het lijkt wel of ik al jaren in het humanitaire vak zit, althans dat denken de mensen. Ik vind dat best lastig, want er wordt sowieso tegen blanken opgekeken en men snapt gewoon niet dat ik hier net 2 maanden rondloop en dus echt nog niet alles weet. Enfin, ze merken het wel. Of niet, ook goed! Om 16.30 projectteam MonkeyPox bij elkaar en om 17.30 op weg naar ‘huis’. De mama’s zijn inmiddels weg, maar naast de restjes van de middag is er altijd wel weer wat vers eten neergezet. Ik heb doorgaans niet veel trek en eet een beetje. ’s Avonds wat lezen, hardlopen op de band, Nederlandse TV kijken op de iPad, EK-voetbal, Tour de France, een beetje aan een Blog schrijven of nog wat werken en op tijd onder de klamboe. Het is rond 22.00.
In het weekend is er vrije tijd, maar er valt weinig te beleven: boodschappen doen is al een ‘uitje’! Ook loop ik weer een stukje hard, maar dan buiten. Verder doe ik de was. Ik kan het aan de mama’s overlaten maar je komt voor verrassingen te staan. Onlangs hadden ze even een polyester wandelbroek van een collega goed heet gestreken: een half weggesmolten kledingstuk was het gevolg. Soms gaan we uit eten. Laatst bracht ik een heerlijke ochtend door bij een hotel aan het meer. Even relaxen, dat doet goed.

Vooruit, het geschiedenisboek gaat nog even open. Toen papa Kabila in mei 1997 de controle over de hoofdstad kreeg, stond hij voor grote uitdagingen bij het besturen van het land, dat hij inmiddels Democratische Republiek Congo (DRC) had genoemd. Naast politieke rivaliteit tussen verschillende groepen om de macht en een enorme externe schuld, bleken zijn buitenlandse supporters niet te willen vertrekken. De opvallende aanwezigheid van Rwandese troepen in Kinshasa wekte ontevredenheid bij veel Congolezen, die Kabila begonnen te zien als een marionet van buitenlandse mogendheden. Dus bedankte hij Rwanda voor hun hulp en gaf opdracht aan alle Rwandese en Oegandese militaire troepen om het land te verlaten. De groep die het meest ongerust was over dit bevel, waren de Tutsi’s in Oost-Congo.
In augustus 1998 breekt er onder hen een rebellie uit. Rwanda biedt onmiddellijke hulp aan en er ontstaat een goed bewapende rebellengroep: Congolese Rally voor Democratie (RDC), voornamelijk samengesteld uit Congolese Tutsi’s en gesteund door Rwanda en Oeganda. Deze groep weet snel de rijke oostelijke provincies met hun bodemschatten te domineren en voert operaties uit vanuit Goma. Kabila roept de hulp in van Hutu-vluchtelingen in Oost-Congo en begint de publieke opinie op te hitsen tegen de Tutsi’s, wat resulteert in openbare lynchpartijen op straat in Kinshasa. Dan roept een loyale officier via een radiostation in Bunia op tot verzet: “Mensen moeten een machete, een speer, een pijl, een houweel, schoppen, harken, spijkers, knuppels, elektrische strijkijzers, prikkeldraad, stenen en dergelijke meebrengen, om, beste luisteraars, de Rwandese Tutsi’s te doden.” Minder dan twee weken na het begin van de opstand, hebben de rebellen een waterkrachtcentrale in handen die stroom levert aan Kinshasa. Ook de haven van Matadi, belangrijk voor aanvoer van voedsel voor Kinshasa, wordt bezet. Troepen die vanuit het oosten oprukken, beginnen Kinshasa eind 1998 te bedreigen, maar het offensief wordt onverwacht gestopt. Kabila’s diplomatieke inspanningen beginnen vruchten af te werpen. Namibië, Zimbabwe en Angola steunen de regering-Kabila. In de daaropvolgende weken sluiten nog meer landen zich aan: Tsjaad, Libië en Soedan. Een oorlog met meerdere partijen is begonnen.
Nu ik dit schrijf, begin ik te twijfelen: daarover heb ik toch al verteld? Nee hoor, het lijkt misschien zo, maar het is weer eens een ander conflict. De mensen hier in Congo hebben geen idee hoe het is om zonder oorlogen, ernstige schendingen van mensenrechten, verkrachtingen, wanbestuur, corruptie, epidemieën, dood en verderf te leven. Hoe oud je hier ook bent, je weet alleen van oorlog in het land!
Plaats een reactie